Interview

In het najaar van 2016 kreeg Peter Dictus de Brabant Bokaal uitgereikt. Een onderscheiding van het Prins Bernhard Cultuurfonds voor "zijn grote en bijzondere bijdrage aan hoogwaardige culturele activiteiten op het gebied van amateur en professionele podiumkunsten. Als theatermaker, lied- en toneeltekstschrijver en initiator van interdisciplinaire projecten is hij een verbinder pur sang.” Bij die gelegenheid maakte filmer Stijn van der Loo bovenstaand portret. Harm Peter Smilde maakte onderstaand interview.

Peter Dictus: weerstand bieden tegen de werkelijkheid


door Harm Peter Smilde


Het gist altijd in het hoofd van Peter Dictus (Wernhout, 1959). Die verbeelding laat hij met zijn organisatietalent uitmonden in theater met grote zeggingskracht. Goed voorbeeld is Moeland – Rijk van de Armen (2012), over de arbeidsmigranten in Zundert. Eerder maakte hij onder meer Anna (2007) en Rook/Blik (2010-2011). Dat gisten kan ook leiden tot een nieuw festival, praatprogramma of documentaire.


“Ik krijg ideeën en maak plannetjes. Die hebben altijd wel met cultuur te maken en meestal met podiumkunst. Het gist eigenlijk voortdurend in mijn hoofd. Dat theatrale en de zucht naar verhalen vertellen heeft altijd door mijn leven heengelopen. Ik kan me nog herinneren dat ik een kleuter was en als eerste kabouter of zo tegenover een meisje stond dat een elfje speelde. Dit ís iets, dacht ik toen. Later vond ik het leuk om in de poppenkast te zitten: kijk nou wat deze twee handen doen, ze vertellen een verhaal. En als je dan voorbij het gordijntje keek, dan zat daar de halve klas en die vond het leuk. Dat is geweldig. Mijn opstelschrift is ook het enige dat ik heb bewaard van de lagere school.”

‘Maatschappijkrities’

“De mentaliteit van je snel ergens bij neerleggen of je gedeisd houden, die ken ik zelf niet zo. Ik ben zelf nogal uitgesproken en zeg het meestal als ik ergens iets van vind. In de omgeving waarin ik opgroeide was dat volledig omgekeerd. Ik kom uit een zeer katholiek kruideniersgezin in Wernhout met een winkel recht tegenover de kerk. Alles draaide om de zaak. We dachten in gemiddelden en letten altijd op wat de mensen van ons vonden. Nadat ik de middelbare school zonder diploma verliet, ging ik Nederlands en maatschappijleer studeren in Tilburg. Ik was eind jaren zeventig echt zo’n ‘maatschappijkritiese’ student. Wij leerden bijvoorbeeld staken. Docenten stimuleerden de durf om initiatief te nemen, om in actie te komen met het besef dat je iets kunt veranderen. Tegenwoordig is alles kapotgepolderd en denken veel mensen dat er niets meer aan te doen is als er eenmaal een besluit is genomen. Ik vind dat onzin. Je kunt altijd nog je spreekwoordelijke middelvinger opsteken en zeggen: we doen het gewoon niet.”

Verhaal in de muziek

“Dat je weerstand biedt tegen de werkelijkheid, dat vind ik bijna een levenstaak. Van journalisten bijvoorbeeld. Ik was op zich graag journalist geworden, maar het liep anders. Nu probeer ik het met theater te doen, weerstand bieden. Overigens kwam die theatrale ontwikkeling pas later op gang. Pas na de middelbare school begon ik met het schrijven van liedjes en had ik vier jaar met mijn broer een eigen band. We zongen liedjes in het Zunderts, aanvankelijk een beetje folky strijdliederen met een verhaal. Later werd de invloed van akoestische popmuziek hoorbaar. Ik vond dat er altijd een verhaal verteld moest worden in een lied, terwijl mijn broer op een zeker moment juist meer de muzikale, swingende kant opging. Vanaf mijn twintigste begon ik langzaamaan theaterteksten te schrijven. Samen met Bert Hermelink van de band Toontje Lager zocht ik weer later het cabaretpodium op. Uiteindelijk kreeg de combinatie van muziek, het maken van voorstellingen en het produceren ervan bij mij vorm.”

Scheppen en knijpen

“Theater heeft voor mij altijd een scheppende en knijpende kant. Het scheppende maakt open en vrij, terwijl het knijpende regelt, fungeert als accountant en zorgt voor betaling. Als ik een plan maak voor een theatervoorstelling, werk ik letterlijk in twee documenten tegelijk: een Word-bestand met het verhaal en de verbeelding, en een Excel-bestand met de begroting en de praktische realisatie. Ik realiseer me dat dit twee tegengestelde kwaliteiten zijn die handig zijn om te combineren. Ik vind het heerlijk om ideeën te krijgen en verhalen te vertellen, maar ik kan daarin soms alle kanten opvliegen. Boekhouden geeft me dan rust en een prettig gevoel van orde. Daarbij komt dat ik geen specialist ben. Mijn specialisme is dat ik allrounder ben.”

Zeggingskracht

“Acht jaar heb ik samengewerkt met Bert Hermelink, maar uiteindelijk vond ik dat soort professionele optredens eigenlijk heel beperkt. Vaak te anoniem, te inwisselbaar. Eigenlijk is elke voorstelling een omweg naar de bar, maar die omweg moet louterend werken en voldoening geven. Bij veel professioneel theater gaan mensen zitten en denken: nou, vermaak me maar. Er is geen band tussen artiesten en publiek. Bij amateurtheater is die band er wel. Ze kennen degenen die op het podium staan: kijk, dat is de bakker, wat zegt hij nu weer? Daarmee kun je de zeggingskracht en het speelplezier veel groter maken. Amateurs zijn minder inwisselbaar door de al bestaande band met hun publiek. Als je dan tegelijkertijd de artistieke kwaliteit van de voorstelling hoog weet te krijgen, dan ben je er, vind ik. Zo kun je ook maatschappelijke thema’s in je voorstelling naar voren brengen. Onder het motto: als we weten wat er speelt, weten we ook wat er gespeeld moet worden. Om zo een voorstelling te realiseren vind je goeie partners en zitten de zalen snel vol.”

Verbeelding verwaait

“Natuurlijk was ik verrast toen ik hoorde dat ik de Brabant Bokaal zou krijgen. Maar eerlijk gezegd denk ik niet zo in prijzen. Het is fijn om gezien te worden en met deze prijs gebeurt dat. Wat mij betreft mag die trouwens ook gewoon de Bokaal heten hoor, want ik voel me niet bepaald door een stippellijn op de kaart. Als ik twee kilometer fiets, ben ik in België en noemen ze me een ‘Hollander’. Begrijp me goed: ik ben me erg bewust van mijn biotoop. Die vormt me en ik gebruik ook zeker dialect. Alleen moet je taal en dialect niet op sterk water zetten. Die leven, ontwikkelen zich en veranderen. En dat vind ik prima. Zoals ik het net zo prima vind dat na veel voorstellingen de verbeelding zó weer weg waait. Van theater blijft meestal alleen een herinnering over, die vaak de werkelijkheid overleeft. Ook mooi.”

(Tekst en fotografie: Harm Peter Smilde. Interview bij de uitreiking van de Brabant Bokaal, 14 november 2016.)